Direct naar de inhoud
Alle werkvormen

Werkvorm

1-2-4-Alle

ook wel: Alleen, duo, viertal, allen

In twaalf minuten heeft iedereen bijgedragen — ook in een zaal van honderd.

Tijd
12–20 min
Groepsgrootte
vanaf 6
Ruimte
Maakt niet uit
Energie
Gemiddeld

Wanneer zet je dit in?

Bij elke vraag waarop je meer wilt dan de mening van de vier mensen die altijd praten. De meest gebruikte structuur die er is, en niet zonder reden.

Voorbereiding

  • Formuleer één vraag die je in één zin kunt stellen
  • Zet een timer klaar; de tijden zijn de structuur

Zo doe je het

  1. 1

    Stel de vraag. Eén minuut stilte: iedereen denkt alleen na en schrijft op.

  2. 2

    Twee minuten in tweetallen: bouw voort op wat je alleen bedacht.

  3. 3

    Vier minuten in viertallen: twee tweetallen schuiven samen. Zoek overeenkomsten en verschillen.

  4. 4

    Vijf minuten plenair: elke groep deelt één opvallend idee. Niet alles — één.

  5. 5

    Herhaal de hele cyclus als de vraag het waard is; de tweede ronde is vaak scherper.

Zo zeg je het

De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.

"De vraag is: … Eerst één minuut helemaal voor jezelf — niet praten, wel opschrijven. Die stilte voelt lang; hij hoort erbij. Daarna twee minuten met je buurman, dan vier minuten met z'n vieren, en dan horen we van elke groep één ding. Ik houd de tijd bij. De minuut gaat nu in."

Nabespreken

Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.

  • Welk idee kwam bij meerdere groepen terug?
  • Wat had je in je eentje niet bedacht?
  • Wat is er in de viertallen afgevallen dat je toch wilt bewaren?

Wat er mis kan gaan

De eerste minuut stilte wordt overgeslagen of volgepraat.

Handhaaf hem, elke keer. Die minuut is de enige reden dat de stille helft van de zaal straks iets te zeggen heeft.

De plenaire ronde loopt uit omdat elke groep alles vertelt.

Vraag expliciet om één idee per groep. Herhaal 'één' als de eerste groep er drie geeft; daarna houdt de rest zich eraan.

De tijden worden opgerekt omdat het zo goed loopt.

Juist niet oprekken. De krapte maakt dat mensen tot de kern komen; ruimte maakt het gesprek breder maar niet beter.

Variaties

  • 1-2-4 zonder plenair, als je alleen wilt dat iedereen erover heeft nagedacht.
  • Herhaal de cyclus met een aangescherpte vraag op basis van de oogst.

In de klas

Geschikt voor groep 4 t/m 8

In het onderwijs bekend als denken-delen-uitwisselen, met de viertallenstap erbij. Bij jongere kinderen: dertig seconden denktijd is genoeg.

Past hier ook bij

Praktijkervaringen & Facilitatietips

Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.

Ervaringen laden...

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?