Direct naar de inhoud
Alle werkvormen

Werkvorm

Social Network Webbing

ook wel: Netwerkkaart

Teken wie wie kent — en zie ineens wie je nog niet gesproken hebt.

Tijd
40–70 min
Groepsgrootte
4–25
Ruimte
Gewoon lokaal
Energie
Gemiddeld

Wanneer zet je dit in?

Bij het starten van een initiatief of verandering: wie moet je erbij hebben, en via wie kom je bij hen?

Voorbereiding

  • Formuleer het doel waarvoor je het netwerk in kaart brengt

Zo doe je het

  1. 1

    Schrijf in het midden van een groot vel het doel of het initiatief.

  2. 2

    Zet daaromheen alle mensen en groepen die ermee te maken hebben — op memoblaadjes, zodat je kunt schuiven.

  3. 3

    Trek lijnen tussen mensen die elkaar kennen. Dikke lijn is een sterke band, dunne lijn een losse.

  4. 4

    Markeer wie je al gesproken hebt en wie nog niet.

  5. 5

    Zoek de bruggen: wie kent mensen in twee werelden die elkaar niet kennen?

  6. 6

    Bepaal wie je als eerste benadert, en via wie.

Zo zeg je het

De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.

"In het midden staat waar we voor gaan. Daaromheen zetten we iedereen die ermee te maken heeft — ook de mensen die het misschien tegenhouden, juist die. Dan trekken we lijnen tussen mensen die elkaar kennen. En dan gaan we zoeken naar de bruggen: wie kent mensen aan twee kanten die elkaar niet kennen? Die persoon is meestal goud waard."

Werkblad

Neem dit over op een flap of print de pagina — het lege raster is het gereedschap.

Werkblad netwerkkaartde brugonze wereldde andere wereld

Nabespreken

Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.

  • Wie staat er op het vel die we nog niet gesproken hebben?
  • Wie is de brug tussen twee groepen?
  • Wie ontbreekt er helemaal op dit vel?

Wat er mis kan gaan

Alleen de mensen die het eens zijn met het initiatief staan erop.

Vraag expliciet naar wie het zou kunnen tegenhouden en wie er belang bij heeft dat het niet gebeurt. Zonder die namen is de kaart onbruikbaar.

Het vel wordt onleesbaar.

Beperk tot vijftien à twintig namen, of maak twee kaarten voor twee deelvragen.

Variaties

  • Werk met kleuren voor voorstanders, tegenstanders en onbekend.

In de klas

Geschikt voor vanaf het voortgezet onderwijs

Bruikbaar bij het opzetten van een schoolbreed initiatief of bij burgerschap: wie beslist er eigenlijk over wat, en via wie kom je daar?

Past hier ook bij

Praktijkervaringen & Facilitatietips

Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.

Ervaringen laden...

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?