Direct naar de inhoud
Alle werkvormen

Werkvorm

Tribunaal

Een onderwerp voor de rechter, met aanklacht, verdediging en een jury die echt moet beslissen.

Tijd
45–90 min
Groepsgrootte
10–32
Ruimte
Gewoon lokaal
Energie
Gemiddeld

Wanneer zet je dit in?

Bij een onderwerp met duidelijke voor- en tegenargumenten, als je wilt dat de groep zich echt in een standpunt verdiept.

Voorbereiding

  • Formuleer de aanklacht als één stelling
  • Maak rolkaartjes: aanklagers, verdedigers, getuigen, jury, rechter
  • Verzamel bronmateriaal voor beide kanten

Zo doe je het

  1. 1

    Formuleer de aanklacht als stelling: 'de smartphone is schuldig aan slechter slapen'.

  2. 2

    Verdeel de rollen: een groepje aanklagers, een groepje verdedigers, een paar getuigen, een jury en een rechter. Wijs toe — laat mensen niet zelf kiezen.

  3. 3

    Geef beide partijen voorbereidingstijd met bronmateriaal. Ze bedenken argumenten én de tegenargumenten die ze kunnen verwachten.

  4. 4

    Voer de zitting: aanklacht, verdediging, getuigen, wederhoor. De rechter bewaakt de tijd en de beurten.

  5. 5

    De jury trekt zich terug, beslist en licht het oordeel toe — niet met 'wij vinden', maar met de argumenten die doorslaggevend waren.

  6. 6

    Stap uit de rollen voordat je nabespreekt. Zeg dat expliciet: 'je bent nu weer gewoon jezelf'.

Zo zeg je het

De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.

"Vandaag staat er iets terecht. De aanklacht luidt: … Jullie zijn de aanklagers, jullie de verdediging, jullie de jury. Belangrijk: je rol is niet je mening. Je bereidt de sterkste zaak voor die je kunt, ook als je er zelf anders over denkt — juist dan, want dan leer je het meest. Jury: jullie beslissen op basis van wat er gezegd wordt, niet op wat je vooraf al vond."

Nabespreken

Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.

  • Eerst uit de rol: wat vind je er zelf van, nu je dit gehoord hebt?
  • Was het lastig om een kant te verdedigen waar je het niet mee eens bent?
  • Jury: welk argument gaf de doorslag?
  • Welk argument werd niet genoemd en had er moeten zijn?

Wat er mis kan gaan

Deelnemers vallen uit hun rol en gaan hun eigen mening geven.

Herinner ze aan hun rol via de rechter: 'de verdediging heeft het woord'. Werkt het niet, las dan een pauze in en herverdeel.

Het wordt persoonlijk.

Grijp meteen in via de rechtersrol en verwijs terug naar de stelling. Dit is de reden waarom je vooraf de rollen toewijst en niet laat kiezen.

De jury oordeelt op basis van wat ze vooraf al vonden.

Eis dat het oordeel wordt onderbouwd met minstens twee argumenten die tijdens de zitting genoemd zijn.

Variaties

  • Laat de rollen halverwege wisselen, zodat iedereen beide kanten verdedigt.
  • Zonder jury: de hele groep stemt aan het eind, vóór en ná de zitting.

In de klas

Geschikt voor groep 7 t/m 8, en in het voortgezet onderwijs

Sterk bij burgerschap en geschiedenis. Kies nooit een onderwerp dat raakt aan een leerling in de klas — geen tribunaal over pesten in een klas waar gepest wordt.

Een tribunaal over een levend conflict zet een leerling feitelijk in de beklaagdenbank.

Past hier ook bij

Praktijkervaringen & Facilitatietips

Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.

Ervaringen laden...

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?