Direct naar de inhoud
Alle werkvormen

Werkvorm

Vier hoeken

Vier antwoorden, vier hoeken — en iedereen moet met zijn voeten kiezen.

Tijd
15–30 min
Groepsgrootte
8–32
Ruimte
Grote ruimte
Energie
Actief

Wanneer zet je dit in?

Als je meningen of voorkeuren zichtbaar wilt maken en daarna in gelijkgestemde groepjes wilt laten praten.

Voorbereiding

  • Bedenk een vraag met precies vier antwoorden, die alle vier verdedigbaar zijn
  • Hang de vier antwoorden in de vier hoeken

Zo doe je het

  1. 1

    Hang in elke hoek van de ruimte één antwoordmogelijkheid.

  2. 2

    Stel de vraag en laat iedereen naar de hoek lopen die bij hem past. Twijfelaars kiezen toch.

  3. 3

    In elke hoek overleggen de aanwezigen: waarom hebben wij deze gekozen?

  4. 4

    Elke hoek geeft in één zin terug waarom ze daar staan.

  5. 5

    Optioneel: laat mensen na het horen van de andere hoeken verplaatsen, en vraag wie dat deed.

Zo zeg je het

De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.

"In elke hoek hangt een antwoord. Loop naar de hoek die het best bij jou past — en ja, je moet kiezen, ook als je twijfelt. In je hoek overleg je met de anderen: waarom staan wij hier? Straks vertelt elke hoek dat in één zin. En daarna mag je verhuizen als je iets hoort dat je overtuigt."

Nabespreken

Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.

  • Welke hoek is het volst, en verrast dat je?
  • Wie is verhuisd, en wat hoorde je dat je overtuigde?
  • Wat is het beste argument dat je uit een andere hoek hoorde?

Wat er mis kan gaan

Leerlingen kiezen de hoek waar hun vrienden staan.

Laat iedereen eerst individueel opschrijven welke hoek hij kiest, en dan pas lopen. Dat scheelt de helft van het meeloopgedrag.

Eén hoek blijft leeg.

Vraag de groep: wie zou er in die hoek kunnen staan, en waarom? Een lege hoek is een prima gespreksonderwerp.

Alle hoeken zijn even vol en er valt niets te bespreken.

Prima uitgangspunt — vraag dan juist naar de verschillen tussen de hoeken en laat ze elkaar bevragen.

Variaties

  • Gebruik het als kennismaking: welk jaargetijde ben jij, welk vervoermiddel, welk dier?
  • Laat de hoeken elkaar één vraag stellen in plaats van alleen toelichten.

In de klas

Geschikt voor groep 3 t/m 8

Van 'welke smaak ijs' in de onderbouw tot dilemma's in groep 8. Laat leerlingen vooraf opschrijven wat ze kiezen — dat halveert het achter-je-vriendje-aanlopen.

Past hier ook bij

Praktijkervaringen & Facilitatietips

Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.

Ervaringen laden...

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?