Werkvorm
Wereldcafé
Aan cafétafels in wisselende samenstelling praten, tot iedereen met iedereen heeft gesproken.
- Tijd
- 75–150 min
- Groepsgrootte
- vanaf 12
- Ruimte
- Grote ruimte
- Energie
- Gemiddeld
Wanneer zet je dit in?
Bij een groot thema en een grote groep, als je veel perspectieven wilt verbinden zonder dat het een congres met sprekers wordt.
Voorbereiding
- Bedenk drie vragen die op elkaar voortbouwen
- Dek de tafels met papier waarop geschreven en getekend mag worden
- Regel per tafel een gastheer die blijft zitten
Zo doe je het
- 1
Zet tafels van vier of vijf klaar, met papier en stiften erop. Het mag er als een café uitzien.
- 2
Stel de eerste vraag. De tafels praten twintig minuten en schrijven en tekenen mee op het tafelkleed.
- 3
Wissel: iedereen gaat naar een andere tafel, behalve de gastheer. Die blijft zitten en vat samen wat er op zijn tafel besproken is.
- 4
Tweede vraag, die voortbouwt op de eerste. Weer twintig minuten, weer wisselen.
- 5
Derde ronde, met de vraag die naar de opbrengst leidt: wat betekent dit voor wat we gaan doen?
- 6
Sluit plenair af: de gastheren delen wat er op hun tafel is gegroeid.
Zo zeg je het
De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.
"Aan elke tafel ligt papier — daarop mag geschreven en getekend worden, dat is de bedoeling. Jullie krijgen drie vragen. Na elke vraag wisselt iedereen van tafel, behalve de gastheer: die blijft zitten en vertelt de nieuwe mensen wat er hier al besproken is. Zo bouwen de gesprekken op elkaar voort in plaats van dat elke tafel opnieuw begint."
Nabespreken
Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.
- Gastheren: wat groeide er aan jullie tafel over de drie rondes?
- Welk idee kwam aan meerdere tafels op?
- Wat nemen we hieruit mee?
Wat er mis kan gaan
Elke ronde begint opnieuw bij nul.
De gastheer moet echt samenvatten voordat de nieuwe ronde start. Instrueer die rol apart; zonder die overdracht is het drie losse gesprekken.
Niemand schrijft op het tafelkleed.
Zet zelf de eerste krabbel op een paar tafels voordat de groep binnenkomt. Een leeg wit vel blijft leeg; een beschreven vel nodigt uit.
De drie vragen staan los van elkaar.
Bouw ze op: eerst verkennen, dan verdiepen, dan naar actie. Zonder die lijn levert de derde ronde niets meer op dan de eerste.
Variaties
- Laat een tekenaar meelopen die de opbrengst visueel vastlegt.
In de klas
Geschikt voor vanaf groep 7, en in het voortgezet onderwijs
Werkt goed bij een schoolbreed thema of een ouderavond. Met leerlingen: houd de rondes korter, tien minuten is genoeg.
Past hier ook bij
1-2-4-Alle
Alleen, duo, viertal, allen
In twaalf minuten heeft iedereen bijgedragen — ook in een zaal van honderd.
Carrousel
Vier onderwerpen, vier groepen, en aan het eind heeft iedereen alles gedaan.
Drawing Together
Samen tekenen
Vijf simpele symbolen, geen woorden — en er komt iets boven dat niemand kon opschrijven.
Praktijkervaringen & Facilitatietips
Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?