Direct naar de inhoud
Alle werkvormen

Werkvorm

Werkafspraken maken

Tien minuten aan het begin, en je hoeft de rest van de dag niemand meer te corrigeren.

Tijd
10–25 min
Groepsgrootte
4–30
Ruimte
Gewoon lokaal
Energie
Rustig

Wanneer zet je dit in?

Helemaal aan het begin van een bijeenkomst waarin het ergens over gaat — zeker als er gedoe verwacht wordt.

Voorbereiding

  • Bedenk twee afspraken die je zelf per se wilt — die breng je in als de groep ze niet noemt
  • Hang een lege flap op met 'onze afspraken' erboven

Zo doe je het

  1. 1

    Vraag iedereen in tweetallen twee dingen te bedenken: wat heb je nodig om vandaag goed mee te kunnen doen, en waar ben je bang voor?

  2. 2

    Inventariseer plenair en schrijf de kern op een flap.

  3. 3

    Vertaal die naar afspraken in de wij-vorm: 'we laten elkaar uitpraten', 'wat hier gezegd wordt blijft hier'.

  4. 4

    Breng zelf de afspraken in die je nodig hebt en die de groep niet noemt.

  5. 5

    Vraag expliciet of iedereen ermee kan leven. Hang de flap op, zichtbaar, de hele dag.

  6. 6

    Verwijs er tijdens de dag naar als het nodig is — wijzen naar de flap is genoeg.

Zo zeg je het

De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.

"Voordat we beginnen: overleg even met je buurman over twee vragen. Wat heb je nodig om vandaag goed mee te kunnen doen? En waar zie je tegenop? Twee minuten. Daarna maken we daar samen een paar afspraken van, en die hangen we op — dan kan iedereen elkaar er de hele dag aan houden. Ook mij."

Nabespreken

Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.

  • Kan iedereen met deze afspraken leven?
  • Aan het eind: hebben we ons eraan gehouden?
  • Welke afspraak bleek het belangrijkst?

Wat er mis kan gaan

Je krijgt alleen open deuren: 'respect hebben voor elkaar'.

Vraag door naar gedrag: waaraan merken we dat? Van 'respect' naar 'we onderbreken elkaar niet' — daar kun je iemand op aanspreken, op respect niet.

De afspraken hangen er, maar niemand houdt zich eraan.

Verwijs er de eerste keer dat het misgaat meteen naar. Doe je dat één keer niet, dan is de flap decoratie geworden.

De groep vindt het kinderachtig.

Houd het kort en concreet, en begin bij 'waar zie je tegenop'. Die vraag levert vrijwel altijd echte antwoorden op.

Variaties

  • Vraag alleen naar de vrees: 'wat zou deze dag voor jou laten mislukken?'
  • Laat de groep aan het eind zelf beoordelen of de afspraken zijn nagekomen.

In de klas

Geschikt voor groep 3 t/m 8

De basis van de gouden weken: klassenafspraken die de klas zelf formuleert, worden veel beter nageleefd dan regels die jij ophangt.

Past hier ook bij

Praktijkervaringen & Facilitatietips

Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.

Ervaringen laden...

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?