Direct naar de inhoud
Alle werkvormen

Werkvorm

Appreciative Interviews

ook wel: Waarderend interviewen

De groep zoekt naar wat er wél werkte — en ontdekt dat ze het antwoord al in huis heeft.

Tijd
45–75 min
Groepsgrootte
6–40
Ruimte
Gewoon lokaal
Energie
Rustig

Wanneer zet je dit in?

Als een groep vastzit in wat er misgaat, of als je wilt bouwen op wat er al goed loopt in plaats van op wat er ontbreekt.

Voorbereiding

  • Formuleer de interviewvraag: vraag naar één concrete keer dat het wél lukte
  • Zorg dat er tijd is; dit is geen invuller

Zo doe je het

  1. 1

    Laat tweetallen elkaar interviewen. De vraag gaat over één concrete gebeurtenis waarin iets uitzonderlijk goed ging.

  2. 2

    Zeven minuten per persoon, en de interviewer vraagt door: wat gebeurde er precies, wie deed wat, wat maakte het mogelijk?

  3. 3

    Vorm daarna groepjes van vier. Iedereen vertelt kort het verhaal van zijn interviewpartner, niet zijn eigen.

  4. 4

    Het groepje zoekt patronen: welke voorwaarden komen in al deze verhalen terug?

  5. 5

    Elk groepje deelt plenair de twee patronen die het sterkst waren.

Zo zeg je het

De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.

"Je gaat elkaar interviewen over één keer dat het echt goed ging. Niet 'meestal gaat het wel goed' — één specifieke keer, met een datum erbij als het kan. Interviewers: blijf doorvragen naar wat het mogelijk maakte. Zeven minuten per persoon. En let goed op, want straks vertel jij het verhaal van je partner aan de groep, niet je eigen."

Nabespreken

Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.

  • Welke voorwaarde kwam in bijna alle verhalen terug?
  • Wat deden we toen dat we nu niet meer doen?
  • Wat is het kleinste ding dat we kunnen doen om die voorwaarde vaker te scheppen?

Wat er mis kan gaan

Mensen vertellen algemeenheden in plaats van één gebeurtenis.

Vraag naar de datum, de plek en de mensen. Zonder die concreetheid krijg je opvattingen in plaats van verhalen, en daar is geen patroon in te vinden.

Het glijdt af naar wat er misgaat.

Buig terug: 'en wat werkte er in die situatie tóch?' De klacht mag bestaan, maar deze werkvorm zoekt de uitzondering.

De patronen blijven bij 'goede sfeer' en 'goede communicatie'.

Vraag door naar gedrag: waaraan zag je dat? Van 'goede sfeer' naar 'we begonnen elke ochtend met tien minuten samen' — daar kun je iets mee.

Variaties

  • Gebruik het bij de start van een verandertraject in plaats van een probleemanalyse.
  • Laat de verhalen opschrijven en bundelen als collectief geheugen van de groep.

In de klas

Geschikt voor vanaf groep 7, en in het voortgezet onderwijs

Sterk in een lerarenteam. Met leerlingen bruikbaar bij het evalueren van een project: vertel over één moment dat goed ging, en zoek samen wat dat mogelijk maakte.

Past hier ook bij

Praktijkervaringen & Facilitatietips

Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.

Ervaringen laden...

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?