Werkvorm
Consensusbeoordeling
De groep geeft samen één cijfer — en het gesprek daarover is de hele opbrengst.
- Tijd
- 45–120 min
- Groepsgrootte
- 5–25
- Ruimte
- Gewoon lokaal
- Energie
- Rustig
Wanneer zet je dit in?
Bij een zelfevaluatie of teamreflectie: hoe goed doen we dit eigenlijk? Werkt op elk onderwerp dat je in criteria kunt vatten.
Voorbereiding
- Formuleer de criteria en per criterium een korte beschrijving van wat elk niveau betekent
- Laat iedereen vooraf individueel scoren
- Hang de criteria op flip-overs door de ruimte
Zo doe je het
- 1
Laat iedereen vooraf individueel een score geven per criterium.
- 2
Zet de individuele scores over op flip-overs aan de wand, met stickers. Zo ontstaat een zichtbaar beeld van de spreiding.
- 3
Ga per criterium bij de flap staan en kijk samen naar het plaatje. Waar zit de spreiding?
- 4
Vraag de uitersten om toelichting: wie gaf het hoogst, wie het laagst, en waarom?
- 5
Kom tot één gedeelde score. Niet door te middelen of te tellen, maar door te praten tot de groep een score kan accepteren.
- 6
Lukt consensus niet, noteer dan de afwijkende opvattingen en ga door. Het cijfer is niet het doel.
Zo zeg je het
De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.
"Op deze flap staan jullie individuele scores. We gaan er samen één van maken. Let op: dat is geen gemiddelde en geen stemming. We praten tot we een score hebben waar iedereen mee kan leven. En het gaat me eerlijk gezegd niet om het cijfer — het gaat om het gesprek dat we voeren om er te komen. Wie gaf de hoogste score, en waarom?"
Nabespreken
Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.
- Waar zat de grootste spreiding, en wat zegt dat?
- Wat bleek een verschil in opvatting en wat een verschil in woordgebruik?
- Welk criterium moeten we opnieuw bespreken?
Wat er mis kan gaan
De groep gaat rekenen: het gemiddelde is 2,4 dus we zeggen 2.
Verbied middelen expliciet. Het gemiddelde slaat het gesprek over, en dat gesprek is de enige reden om dit te doen.
Het blijkt dat mensen de termen verschillend uitleggen.
Neem daar de tijd voor; dat is vaak de belangrijkste opbrengst van de hele sessie. Leg de betekenis vast voordat je verder gaat.
De leidinggevende bepaalt de score.
Laat die als laatste spreken, elke ronde. En vraag expliciet naar de stillere stemmen voordat je de score vaststelt.
Variaties
- Beoordeel niet met cijfers maar met kleuren of met 'nu' en 'over een jaar'.
- Laat de groep na de score meteen benoemen wat de eerstvolgende stap zou zijn.
In de klas
Geschikt voor vanaf groep 8, en in het voortgezet onderwijs
In een lerarenteam zeer bruikbaar bij zelfevaluatie. Met leerlingen werkt het bij het samen beoordelen van groepswerk aan de hand van vooraf afgesproken criteria.
Past hier ook bij
Academische controverse
Verdedig eerst een positie met volle overtuiging, wissel dan van kant — en kom er samen uit met een gezamenlijk standpunt.
Afscheidsronde
Iedereen krijgt van iedereen iets mee op papier — en neemt dat mee naar wat er daarna komt.
Arenagesprek
Je klanten praten over jou terwijl jij luistert en niets mag zeggen.
Praktijkervaringen & Facilitatietips
Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?