Werkvorm
Genummerde hoofden
Het groepje weet pas wie er antwoord moet geven als het antwoord al klaar is — dus zorgen ze dat iedereen het snapt.
- Tijd
- 10–30 min
- Groepsgrootte
- 8–32
- Ruimte
- Gewoon lokaal
- Energie
- Gemiddeld
Wanneer zet je dit in?
Bij het controleren of de stof geland is, of bij elke vraag waarbij je wilt dat groepjes elkaar echt helpen.
Voorbereiding
- Bedenk vijf tot acht vragen
- Verdeel de groep vooraf in viertallen
Zo doe je het
- 1
Maak groepjes van vier. Iedereen krijgt een nummer: 1, 2, 3 of 4.
- 2
Stel een vraag aan de hele groep.
- 3
De groepjes overleggen tot iedereen in het groepje het antwoord kan geven. Dat is de opdracht: niet één antwoord bedenken, maar zorgen dat álle vier het kunnen uitleggen.
- 4
Noem daarna pas een nummer. Alle leerlingen met dat nummer geven antwoord namens hun groepje.
- 5
Ga door met de volgende vraag en een ander nummer.
Zo zeg je het
De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.
"Iedereen in je groepje heeft een nummer van 1 tot 4. Ik stel zo een vraag, en jullie overleggen. Let op wat de opdracht is: het is niet genoeg dat íemand het antwoord weet — jullie zijn pas klaar als alle vier het kunnen uitleggen. Want ik noem straks een nummer, en die persoon geeft antwoord voor het hele groepje. Ik weet zelf nog niet welk nummer."
Nabespreken
Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.
- Wie had de meeste uitleg nodig, en wie gaf die?
- Wat gebeurde er in je groepje toen iemand het nog niet snapte?
- Bij welke vraag wist je pas na het overleg het antwoord?
Wat er mis kan gaan
Groepjes bedenken één antwoord en laten de rest links liggen.
Herhaal de eis en handhaaf hem: noem een nummer waarvan je vermoedt dat die is overgeslagen. Eén keer is genoeg om de norm te vestigen.
Steeds hetzelfde nummer komt aan de beurt.
Trek de nummers uit een bekertje in plaats van ze te kiezen. Dan is het zichtbaar willekeurig en kan niemand erop rekenen.
Een leerling schaamt zich als hij het niet weet.
Benadruk dat het groepje verantwoordelijk is, niet de persoon. Gaat het mis, vraag dan aan het groepje wat ze anders hadden kunnen doen.
Variaties
- Laat het groepje na het antwoord aanvullen door een tweede nummer.
- Gebruik het als quiz met punten per groepje.
In de klas
Geschikt voor groep 4 t/m 8
Werkt bij elk vak. Bij rekenen extra sterk: het groepje moet zorgen dat iedereen de sóm kan uitleggen, niet alleen de uitkomst kan noemen.
Past hier ook bij
1-2-4-Alle
Alleen, duo, viertal, allen
In twaalf minuten heeft iedereen bijgedragen — ook in een zaal van honderd.
Beeldprikkel
Eén afbeelding op het scherm, en het gesprek begint zonder dat je een vraag hoeft uit te leggen.
Denken-delen-uitwisselen
Eerst zelf nadenken, dan pas praten — en ineens heeft iedereen een antwoord.
Praktijkervaringen & Facilitatietips
Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?