Werkvorm
Leerstations
Elke groep begint bij een ander station en werkt in gelijke tijdvakken door alle onderdelen heen.
- Tijd
- 30–60 min
- Groepsgrootte
- 8–32
- Ruimte
- Grote ruimte
- Energie
- Gemiddeld
Wanneer zet je dit in?
Als je meerdere korte, losstaande opdrachten of oefeningen hebt die iedereen moet doorlopen.
Voorbereiding
- Bedenk vier tot zes stations die elk ongeveer evenveel tijd vragen
- Zet elk station fysiek klaar met de benodigde materialen en een korte opdrachtkaart
Zo doe je het
- 1
Verdeel de groep in even grote subgroepjes, één per station.
- 2
Elke groep start bij een ander station.
- 3
Zet een timer voor een vast tijdvak, bijvoorbeeld acht minuten.
- 4
Bij het signaal roteren alle groepen tegelijk naar het volgende station.
- 5
Herhaal tot elke groep bij elk station is geweest.
Zo zeg je het
De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.
"Door de ruimte staan zes stations, elk met een eigen opdracht. Jullie beginnen zo bij een ander station dan de andere groepjes. Elk station duurt acht minuten — als de timer gaat, roteren we allemaal tegelijk naar het volgende station. We gaan door tot iedereen overal is geweest."
Nabespreken
Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.
- Welk station leverde de meeste discussie op?
- Wat viel je op aan het verschil tussen de stations?
Wat er mis kan gaan
Sommige groepen zijn eerder klaar dan de tijd toelaat.
Geef elk station een korte bonusopdracht voor groepen die vroeg klaar zijn.
De rotatie loopt door elkaar.
Wijs vooraf een vaste rotatierichting aan (bijvoorbeeld met de klok mee) en een duidelijk geluidssignaal.
Variaties
- Laat groepen zelf kiezen in welke volgorde ze de stations doen, zonder vaste rotatie.
In de klas
Geschikt voor groep 5 t/m 8, en in het voortgezet onderwijs
Uitstekend voor een herhalingsles met verschillende oefenvormen per station, of een thema met meerdere invalshoeken.
Past hier ook bij
1-2-4-Alle
Alleen, duo, viertal, allen
In twaalf minuten heeft iedereen bijgedragen — ook in een zaal van honderd.
Beeldprikkel
Eén afbeelding op het scherm, en het gesprek begint zonder dat je een vraag hoeft uit te leggen.
Conceptmap
De groep tekent hoe begrippen samenhangen — en je ziet wat ze er werkelijk van gemaakt hebben.
Praktijkervaringen & Facilitatietips
Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?