Direct naar de inhoud
Alle werkvormen

Werkvorm

Fishbowl

ook wel: Binnenkring-buitenkring

Een klein groepje voert het gesprek, de rest kijkt toe — en ziet dingen die de sprekers zelf missen.

Tijd
25–50 min
Groepsgrootte
10–40
Ruimte
Gewoon lokaal
Energie
Rustig

Wanneer zet je dit in?

Bij een onderwerp waar de groep te groot voor is om met iedereen te bespreken, of als je wilt dat mensen léren van hoe een gesprek verloopt.

Voorbereiding

  • Zet vier tot zes stoelen in een binnenkring, de rest eromheen
  • Formuleer de gespreksvraag en een observatieopdracht voor de buitenring

Zo doe je het

  1. 1

    Zet vier tot zes stoelen in een binnenkring; de rest van de groep zit eromheen.

  2. 2

    De binnenkring voert het gesprek over de vraag. De buitenring luistert en praat niet mee.

  3. 3

    Geef de buitenring een observatieopdracht: let op welke argumenten terugkomen, wie er níet aan het woord komt, waar het gesprek kantelt.

  4. 4

    Zet één stoel in de binnenkring leeg. Wie uit de buitenring iets wil inbrengen, schuift aan, zegt wat hij wil zeggen en gaat weer terug.

  5. 5

    Rond af en laat eerst de buitenring vertellen wat hun opviel, daarna de binnenkring reageren.

Zo zeg je het

De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.

"Vier mensen nemen plaats in de binnenkring; die voeren het gesprek. De rest zit eromheen en luistert — je praat niet mee. Let op: welke argumenten komen steeds terug, en waar kantelt het gesprek? Er staat één stoel leeg in de kring. Wil je iets inbrengen, schuif dan aan, zeg het, en ga weer terug naar buiten."

Nabespreken

Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.

  • Buitenring eerst: wat viel je op aan hoe dit gesprek liep?
  • Welk argument bleef onbesproken?
  • Binnenkring: herken je wat de buitenring zag?

Wat er mis kan gaan

De buitenring gaat meepraten of onderling overleggen.

Geef de buitenring een schriftelijke observatieopdracht. Wie een taak heeft, praat niet doorheen.

Niemand gebruikt de lege stoel.

Ga er zelf één keer op zitten, zeg iets korts en ga weer weg. Eén keer voordoen haalt de drempel weg.

Variaties

  • Wissel halverwege de binnen- en buitenring helemaal om.
  • Geef de buitenring elk een eigen observatiepunt: één let op argumenten, één op wie zwijgt, één op de sfeer.

In de klas

Geschikt voor vanaf groep 7, en in het voortgezet onderwijs

Sterk bij burgerschap en debat. Geef de buitenring altijd een concrete kijkopdracht, anders dwalen leerlingen af.

Past hier ook bij

Praktijkervaringen & Facilitatietips

Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.

Ervaringen laden...

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?