Direct naar de inhoud
Alle werkvormen

Werkvorm

Wat hoort bij jou?

Iedereen neemt iets mee van thuis — en vertelt daarmee meer dan met een voorstelrondje.

Tijd
20–40 min
Groepsgrootte
6–30
Ruimte
Gewoon lokaal
Energie
Rustig

Wanneer zet je dit in?

In de eerste weken van een nieuwe groep, als je verder wilt dan namen.

Voorbereiding

  • Vraag de kinderen een dag van tevoren iets mee te nemen dat bij hen past
  • Neem zelf ook iets mee — jij begint

Zo doe je het

  1. 1

    Vraag iedereen iets van thuis mee te nemen dat iets over hem vertelt.

  2. 2

    Ga in de kring zitten. Begin zelf: laat je voorwerp zien en vertel waarom het bij je past.

  3. 3

    Ieder kind komt aan de beurt. Houd het kort — een minuut is genoeg.

  4. 4

    Laat de groep één vraag stellen per kind.

  5. 5

    Leg de voorwerpen daarna een week in de klas op een tafel, zodat kinderen erover door kunnen praten.

Zo zeg je het

De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.

"Iedereen heeft iets meegenomen dat bij hem past. We gaan de kring rond: je laat het zien en vertelt in het kort waarom je juist dít hebt meegenomen. Ik begin. En na elk kind mag er één vraag gesteld worden — dus luister goed."

Nabespreken

Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.

  • Wat heb je vandaag geleerd over iemand dat je nog niet wist?
  • Welke twee voorwerpen horen eigenlijk bij elkaar?
  • Wat zou jij een volgende keer meenemen?

Wat er mis kan gaan

Een kind heeft niets bij zich.

Houd zelf een paar voorwerpen achter de hand, of laat het kind iets uit zijn tas of het lokaal kiezen. Nooit overslaan.

Het wordt een wedstrijd wie het duurste speelgoed heeft.

Stuur de opdracht bij: iets dat iets over jou vertelt, niet iets moois. Geef zelf een bewust onspectaculair voorbeeld.

Variaties

  • Laat het voorwerp in een gesloten tas en laat de klas raden van wie het is.
  • Laat kinderen het voorwerp van een ander beschrijven in plaats van hun eigen.

In de klas

Geschikt voor groep 1 t/m 8

Houd rekening met gezinnen waar weinig te kiezen valt. 'Iets dat je mooi vindt' werkt beter dan 'je favoriete bezit'.

Past hier ook bij

Praktijkervaringen & Facilitatietips

Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.

Ervaringen laden...

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?